De medewerker leent geld aan de onderneming en ontvangt een vaste rente. De opbrengsten zijn meestal niet spectaculair, maar de risico's zijn klein.

Met een converteerbare personeelsobligatie (CPO) leent een werknemer een geldbedrag aan het bedrijf waar hij werkt. 'Converteerbaar', wil zeggen dat de obligaties onder bepaalde voorwaarden (conversievoorwaarden) gedurende een bepaalde tijd (conversieperiode) mogen worden omgewisseld in vooraf bepaald aantal aandelen van de onderneming.

Op het moment van uitgifte wordt de prijs (conversiekoers) bekendgemaakt waarvoor de aandelen op termijn kunnen worden aangeschaft. Zodra de aandelenkoers boven de conversiekoers komt, wordt converteren interessant.

Maar: converteren is een recht, geen plicht. Wanneer de waarde van de aandelen zakt tot onder de conversiekoers, converteert de werknemer gewoon niet en krijgt hij het geleende bedrag terug. Koersverlies is hiermee uitgesloten, terwijl er wel rente wordt ontvangen. Een CPO kan, anders dan een optie, gegarandeerde voordelen opleveren voor werknemer en werkgever. Ze leveren een vaste jaarrente, al ligt die meestal wel lager dan de marktrente.

CPO's geven alleen financieel gezien invulling aan werknemersparticipatie en niet op gebied van motivatie en zeggenschap. Echter als werknemers na conversie hun aandelen mogen en willen houden, dan krijgt hun participatie een wezenlijk karakter.

Voordelen
• Minst risicovolle financiële participatie. Geen verlies bij dalende koersen en altijd periodiek renteopbrengst. Enig risico is faillissement.
• Door het conversierecht kunnen werknemers meedelen in het succes en groei van het bedrijf.
• Geschikt als spaarinstrument, doordat met de ontvangen rente kan worden gespaard voor aandelen, die pas op het moment van conversie hoeven te worden betaald. De aandelenkoers ligt, als het goed met de onderneming gaat, bij conversie hoger dan bij aanschaf van de CPO's.
• Voor werkgevers de mogelijkheid om zonder aandelenuitgifte toch (vreemd) kapitaal aan te trekken. De verstrekte obligatierente is voor de werkgever aftrekbaar van de winst (geen rentevrijstelling voor werknemer).
• CPO's kunnen ook worden verstrekt met de voorwaarde dat de door conversie verkregen aandelen direct weer worden verkocht. Zo kan verwatering van het aandelenkapitaal worden voorkomen.
• Uitgifte van CPO's is mogelijk met gebruikmaking van spaarloon.

Nadelen
• Geen mogelijkheid voor directe of indirecte zeggenschap.
• Praktisch en fiscaal ingewikkeld en daarom minder aantrekkelijk voor kleinere ondernemingen.
• Bij CPO's gaat het om een achtergestelde lening. Dit betekent dat de obligatiehouder bij een bedrijfsfaillissement waarschijnlijk niets terugziet van zijn geld.
Fiscale aspecten
Wanneer een werknemer de werkelijke waarde van de converteerbare personeelsobligaties (CPO's) betaalt - inclusief de waarde van het conversierecht - dan gebeurt er fiscaal gezien niets.
Fiscaal

Krijgt de werknemer de CPO gratis of met korting, dan wordt de betreffende waarde door de fiscus bij het inkomen van de werknemer opgeteld. De werkgever betaalt premies volksverzekeringen. De waarde van de CPO is voor de werkgever aftrekbaar van de fiscale winst, evenals de rente die op de obligaties wordt verstrekt.

Het is raadzaam om vooraf overeenstemming te bereiken met de fiscus over de waardebepaling van converteerbare personeelsobligaties.

Ook converteerbare personeelsobligaties kunnen worden verstrekt via de bedrijfsspaarregelingen. Echter: in tegenstelling tot aandelen en aandelenopties mag het spaarloonbedrag niet worden verdubbeld voor CPO's.

De Belastingdienst hanteert voor CPO’s de regels m.b.t. box 3. Tot de bezittingen in box 3 behoren o.m. aandelen en obligaties, zoals:

  • Aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties die niet tot een aanmerkelijk belang behoren; 
  • Aandelen in beleggingsfondsen; 
  • Het niet-vrijgestelde deel van uw maatschappelijke beleggingen; 
  •  Het niet-vrijgestelde deel van uw beleggingen in durfkapitaal. 

(bron: www.belastingdienst. nl)

Fiscaal gezien maakt het niet meer uit of u de groei van uw vermogen realiseert door rente-inkomsten, dividend of koerswinst. Al het inkomen, dat uit vermogen wordt verkregen, valt in box 3. Tot een bedrag van € 17.600,- is uw vermogen vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. De fiscus gaat er vanuit dat u 4% rendement behaalt op uw vermogen. Op dit rendement heft de fiscus 30 % belasting. Over uw belegde vermogen betaalt u daarom de 1,2% vermogensrendementsheffing vanaf een vermogen van € 17.600,-. Het gemiddelde vermogen in een kalenderjaar is de basis voor de belastingheffing.